Soms wel, met aangepaste bewegingen, maar doorspelen met duidelijke pijn is meestal geen goed idee. Zeker bij een scherpe pijn, krachtverlies of het gevoel dat de spier “erin schiet”, is het verstandig om te stoppen en de klacht te laten beoordelen.
Bij een verrekking voel je vaak trekkende pijn, stijfheid of gevoeligheid bij rekken en aanspannen. Bij een scheurtje is de pijn vaak scherper en duidelijker aanwezig, soms met zwelling, een blauwe plek of minder kracht. Een fysiotherapeut kan helpen inschatten wat er aan de hand is.
Stop met de beweging die pijn geeft en forceer niet door. Blijf rustig bewegen binnen je pijngrens en vermijd sprinten, springen of hard afzetten in de eerste fase. Laat de klacht beoordelen als je niet goed kunt lopen, veel pijn hebt of twijfelt over de ernst.
Dat hangt af van de spier en de fase van herstel. Vaak start je met rustige mobiliteit en lichte activatie, waarna je opbouwt naar kracht, balans, snelheid en padel specifieke bewegingen zoals afremmen, draaien en afzetten.
Dat hangt af van hoe je spier reageert op belasting. Meestal wil je eerst pijnvrij kunnen wandelen, traplopen, kracht zetten, versnellen en afremmen voordat je weer volledig gaat spelen. Terugkeren gebeurt het liefst stap voor stap, niet ineens met een wedstrijd.
